alleen onderweg, oneindig lang trappend,
tikt de teller de tijd weg
tandenknarsend, de berg op, naar adem happend

putten vooral gedachten uit, knaagt ’t verdriet
lopen pelgrims daarom ’t zelfde pad
houdt een jaar pijn mij gevangen, ik hen niet echt zie

ver verwijderd, van al wat lief moest zijn, een leven lang
vervagen beelden, valt het doek
ben ik vrij, ik toch zo naar jou verlang

dwingt pelgrimeren aan op zoek te gaan naar mijn eigen identiteit
besef ik wat was, mij rijker heeft gemaakt:
‘kunnen kiezen voor mijzelf’, ik met die gedachten Compostela binnenrijd
Esther Duine Peters 2003
Nationale vlag van Spanje

Zaterdag 14 juni 2003 (laatste avondmaal)

's Avonds uit eten met Gerwin, Esther, Greet & Mark. Greet had een kleurplaat van een fiets ingekleurd. Ze sloeg mij twee keer op de schouder en zei dat ik niet goed wijs was. Daar heeft ze ergens wel een punt. Van Esther kreeg ik een zilveren koffer als hanger voor een kettinkje. Ze las ook een kort gedicht voor dat ze zelf geschreven heeft. Erg emotioneel allemaal. Voor het eten nog mooi een stempel kunnen bemachtigen van de Joris kerk. Dit geeft een goed gevoel. Ik ben zenuwachtig voor de dag van morgen.

Ik moet maar eens gaan Zondag 15 juni 2003 (1e dag)

Sta zenuwachtig op en rommel nog wat. 11:15 uur staan mijn ouders en tante Cis voor de deur. Esther en Mark komen later. Gerwin moest Greet terugbrengen. Ik vertek 12:10 uur. Het afscheid nemen is zeer emotioneel. Door mijn hoofd spoken continu dezelfde vragen. Waarom doe ik dit toch??? Wat wil ik nou eigenlijk bewijzen en voor wie??? Deze gedachten houden mij de hele dag bezig. De route naar Breda is zoeken. Ik wilde Culemborg Leerdam rijden maar het is uiteindelijk Culemborg Geldermalsen geworden. Het bleek lastig zoeken als gevolg van de aanleg van de Betuwelijn. Omleidingroutes voor fietsers delven duidelijk het onderspit ten opzichte van die voor de gemotoriseerde medemens. Verderop bij Hank wordt dit nogmaals bevestigd. In die omgeving heb ik kilometers gereden zonder ook maar één fietsbord tegen te komen. Dit is kennelijk gebruikelijk in Brabant. 128 kilometer verder sta ik om 19:10 uur bij Cor in Breda op de stoep. Snel douchen en uit eten op de grote Markt. Pasta uiteraard geheel in overeenstemming met de geldende menuvoorschriften voor fietsers. Vandaag weer veel aan "M" gedacht en weinig aan werk. 23:45 uur is het mooi geweest en gaat het licht uit.

Maandag 16 juni 2003 (2e dag)

Nu echt op weg onder leiding van routeboekje. Gaat aanvankelijk vrij soepel totdat, al fietsend langs het water van ‘De Mark’, de eerste emotionele inzinking zich aandient. Zonder enige vorm van aankondiging komen de tranen uit het niets. Was vrij vlot weer over maar zou ik nog twee keer hebben vandaag. Wat doe ik hier toch??? In Peizegem gruwelijk mis gereden. Heb hele tijd lopen dwalen alvorens weer op de juiste route te komen. Ook de camping was zoeken. Deze bleek vijf kilometer van de route af te liggen. Leken er voor mijn gevoel wel twintig. O ja … in Peizegem stempel gehaald bij oudere dame van kerk. Zij is zeer belangstellend en behulpzaam. Ik kreeg zelfs fruit van haar mee. Jammer dat ze geen stempelkussen heeft. Dan maar met de hand er wat bij krabbelen. 's Avonds uit eten. Bij afrekenen nog een paar woorden gewisseld met eigenaresse. Nu kan het nog. Morgen is alles Franstalig en die taal ben ik niet machtig. Terug op de camping nog even gesproken met twee dames die alleen boekje 1 (St. Jacobs Fietsroute door Clemens Sweerman) fietsen. Is vandaag door het verkeerd rijden eerder op de dag een lange rit geworden. 155 km. Morgen toch maar kortere afstand proberen te maken. Voordat ik in slaap val, veeg ik nog maar weer eens een paar tranen weg.

Dinsdag 17 juni 2003 (3e dag)

Nu komt het erop aan. Moet door Franstalig België naar Frankrijk zien te komen en de ervaring van gister met de Belgische bewegwijzering was ronduit slecht. Word eerst om 4:30 uur uit slaapzak geblèrd door stelletje hanen in perceel direct naast mijn tent. Hij is fijn. Krengen blijven schreeuwen en ik sta 6:20 uur op, eet even wat en pak mijn zooi in. Zo ziet de taalgrens in België eruit 7:40 uur valt het spreekwoordelijke startschot. De rit verloopt heel goed vandaag. Ben nergens fout gereden, gelukkig! Voor het eind van de dag is regen voorspeld dus wil vroeg binnen zijn. In Tournai gestopt voor de lunch, lasagne. Dit komt mooi uit want de kerk opent 13:30 uur zijn deuren zodat ik gelijk na het eten een stempel kan halen. Daarna als een speer verder want de lucht betrekt. 10 kilometer voor de camping begint het te regenen. Eerst gluiperig zacht maar bij elke trap die ik geef steeds harder. Zet in regen onder een boom mijn tent op. Gaat allemaal net binnen de grenzen van het redelijke qua nattigheid. Terwijl de regen inmiddels het tentdoek geselt, tracht ik een SMS naar het thuisfront te sturen maar mijn mobiele telefoon kan geen netwerk vinden. Wat doe ik hier toch??? Ik mis "M" zo erg dat het pijn doet. Dan maar eerst douchen. Na het douchen is het gelukkig droog. Kilometer stand van vandaag 103 km. 17:45 uur ben ik zogezegd uitgerommeld. Daarna met taalgids in de hand getracht te vragen wat voor weer het morgen wordt. Weet niemand mij te vertellen is mijn eindconclusie. Uiteindelijk eindig ik bij een Franse ‘muts’ van naar ik schat rond de zestig en twee gasten van respectievelijk 22 & 30. Zij spraken alleen Frans en ik kon er geen touw aanvast knopen. Wel drie glazen mousserende prut naar binnen gewerkt. Hoe was het volgens de positiviteitstheorie ook alweer … het glas is halfvol! Ik ben ze na een uur wel zat en besluit in mijn tent nog wat te lezen. GSM doet het nog steeds niet. Balen, want mijn oma is vandaag 90 geworden. 20:10 uur komt één van die gasten zeggen dat het morgen klote weer wordt. Hij is fijn. Gedachten als, waarom doe ik dit toch en waanneer zit het mij nou eindelijk weer eens een keer mee, rollen over elkaar heen in mijn hoofd. Vroeg slapen maar weer in een poging het malen te stoppen.

Woensdag 18 juni 2003 (4e dag)

Vanochtend weer achterlijk vroeg wakker. Het is gelukkig wel droog maar zon … nou nee. 7:10 uur wil ik weg maar het hek van de camping zit op slot. Gelukkig zie ik naast de deur van de receptie een bel waar zowaar nog op gereageerd wordt ook. Heb de hele dag wel zorg over het weer. Gelukkig blijft het droog en ik stop in st’ Quentin. De teller staat op 100 km en dat is precies wat ik per dag wil rijden. Daarnaast hebben ze hier een jeugdherberg zodat ik niet hoef te kloten met een tent in de regen die ik toch nog steeds verwacht. Onderweg weer een paar snikken. Het besef dat het echt voorbij is met "M" neemt toe. Toch zit er ergens nog wel een sprankje hoop tegen beter weten in. Misschien doe ik dit daarom. Om te bewijzen dat ik nog niet helemaal gebroken ben. Na het douchen de stad in om stempel te halen bij kerk. Ik voel me wisselend alleen en dan weer op vakantie. Terug op jeugdherberg- / camping terrein tref ik een Hollands stel en een vent die ook alleen fietst. Daar de hele avond bij gezeten. Tot ca. 23:50 uur zitten praten en daarbij kregen we koffie van haar. Ik heb nooit geweten wie jullie zijn, maar bedankt voor de leuke avond.

Donderdag 19 juni 2003 (5e dag)

Franse Non verbonden aan de kathedraal 'Notre Dame' in Noyon.
         Het koste het nodige zoekwerk eer ik wist waar zij kantoor hield. Rijd om 7:35 uur weg. In dit gebied zijn vrijwel geen campings. Zal vandaag het weer laten beslissen waar ik stop. De rit loopt voorspoedig en ik rijd nauwelijks verkeerd. Wel heb ik de hele dag tegenwind. Ergens halverwege de ochtend krijg ik een enorme emotionele inzinking. Fiets ongeveer een kilometer intens jankend tegen de wind in. Moest ineens aan een jaar geleden denken toen "M" en ik een week in Frankrijk waren. Ik gebruik de lunch in Compiegne met salade en pizza. Daarna door naar Clermont waar ik dacht te overnachten. Eenmaal daar is er echter geen hotel te vinden en met mijn Frans kom ik er niet uit. Dan maar 12 kilometer verder rijden naar Mouy en hopen dat het daar wel lukt. Kom direct in Mouy een ‘hotel ‘d hote’ (bed and breakfast) tegen. Deze wordt gerund door twee oudjes. Het huis ziet eruit alsof ze dat, toen ze er tig jaar geleden gingen wonen, hebben ingericht en er nooit meer wat aan gedaan hebben. Het is netjes maar oud. Het behang is vergeeld en waar ik ook kijk, meubels, klokken, servies, etcetera, alles is oud. Door het hele huis staan en hangen de nodige zwart-wit foto’s uit ver vervlogen tijden. Ik word weggestopt op zolder. Na het douchen even het dorp in. Ze hebben daar echt geen ene ruk aan vertier. In de enige kroeg - zonder terras - die ik heb kunnen vinden neem ik twee biertjes en ik neem mij voor daar hééél lang over te doen. Tegen 20:00 uur ga ik terug naar mijn kamer met zowaar een TV. Dit om het weerbericht van morgen te bekijken. Het glas is weer halfvol. Morgen rijd ik de zon tegemoet. Heb verder niks meer om handen dus dan maar vroeg naar bed 21:45 uur met een dagafstand van 127 km.

Vrijdag 20 juni 2003 (6e dag)

7:00 uur gaat de wekker. Ik heb goed en lang geslapen voor het eerst sinds ik op pad ben. Bij het opendoen van de gordijnen zie ik zowaar wat blauw tussen de bewolking. Weergoden maak me gek!!! Na een flink ontbijt vertrek ik 8:30 uur. Volgens mijn informatie wordt vandaag een dag van veel klimmen. Afgezien daarvan is vandaag een goede dag. U bevindt zich hier (pijl linksonder, Parijs is kruis rechtsboven) De zon gaat steeds overtuigender schijnen waardoor ik mij geen zorgen hoef te maken over wat te doen bij regen qua, slaapplaats, wasgoed, natte schoenen, dagafstand, emotionele toestand etcetera. Ook het klimmen valt me mee. Hier komt toch mijn fietservaring van pas van weten hoe dat voelt en hoe ik moet verdelen. Bij een postkantoor lukt het mij eindelijk een telefoonkaart te kopen die ik moet hebben voor het bellen uit een telefooncel. De andere kaarten die ik tot dusverre ben tegengekomen waren prepaid kaarten voor mobiletelefoons en daar heb ik niks aan. Tussen de middag eindelijk met thuis kunnen bellen. Toch weer een paar tranen net als later op de dag. De dag eindigt op een klote camping. Alleen caravans met oude demente franse bejaarden. In de omgeving is werkelijk geen ene fuck te doen. Dagafstand 108 km. Bij de ingang heb ik een kaart zien hangen van de omgeving waar ook Parijs op aangegeven staat. Ik ga wat zitten figuur snijden in mijn meegenomen duck-tape. Het resultaat daarvan (een kruis bij Parijs en een pijl als zijnde ‘U bevindt zich hier’) plak ik op de kaart. Dat zet ik vervolgens op de foto als bewijs dat ik Parijs gepasseerd ben. Wat een mens al niet doet om bezig te blijven. Moet nu weer veel aan "M" denken en pink maar weer eens een traantje weg. Dan maar een stukje lopen. Halverwege ga ik in de avondzon zitten aan de rand van een pas gemaaid veld met uitzicht over glooiende velden in de omgeving. Terwijl ik daar zo zit voel ik de emoties opborrelen. Ik ben bekaf, er is geen mens in de wijde omgeving en ik voel mij dan ook niet geremd om volledig in te storten. Dat wordt hééél vroeg slapen vanavond.

Zaterdag 21 juni 2003 (7e dag)

6:40 uur op, eten en tent afbreken. Ik ben er achtergekomen dat de wekker functie van mijn GSM ook werkt als het toestel uit staat. Handig om te weten. Snel weg van deze depri camping. De rit verloopt wederom vrij voorspoedig maar ik begin mijn benen inmiddels wel te voelen. Ik ben nu een week onderweg. Ik rijd maar één keer verkeerd vandaag. Onderweg denk ik voor de zoveelste keer aan "M", werksituatie en het hoe en waarom ik hier fiets. Antwoorden liggen er niet op de weg naar Santiago. Alleen de totale overwinning op mijzelf. Bij de lunch tref ik een echtpaar uit Vancouver Canada. Voor het eerst heb ik wat aan mijn engels in Frankrijk. Ik rijd vandaag het gebied van de Loire binnen dus kasteel op de foto gezet. De camping waar ik mijn oog op heb laten vallen was niet te vinden. Hierdoor kom ik weer op een grote dagafstand, 134 km. De camping waar ik uiteindelijk uitkom is wat apart maar al wel een stuk beter dan die van gisteren. Aan het begin van de avond gaat de muziek aan bij de patattent op het terrein wat in mijn beleving duidt op een jongeren camping. Ik sta echter op een veld met een Nederlands stel en een sigaar rokende Zwitser met camper. Met het stel heb ik kort gesproken, maar zij zijn toch vrij op zichzelf. Voor de avond haal ik een blikje bier en een zak chips. Gedurende de dag weer een paar tranen weggeveegd maar niet zo’n gruwelijke inzinking gehad als eerder deze reis. Na een week 785 km van de ca. 2500 km gehad. Nog ca. 1715 km te gaan and counting.

'Saint Gatien' Kathedraal Tours Zondag 22 juni 2003 (8e dag)

8:10 uur op de fiets gestapt met eindbestemming iets onder Tours. Hollands stel blijft één dag staan als rustdag. Hier heb ik ook al eens aan gedacht maar ik vind het vooralsnog geen optie. Ik kan mij niet bedenken hoe ik in vredesnaam de hele dag door moet komen in mijn uppie? Vandaag wel wat lopen dwalen. De route was hier en daar wat vaag doch ik heb deze nog vrij aardig gevolgd bleek achteraf. "M" blijft maar door mijn hoofd spoken. Ik blijf hoop houden tegen beter weten in. Verstand en gevoel, lichaam en geest … ik kom tot de conclusie dat ze nog steeds mijlen ver uit elkaar liggen. Ik ben een wrak. In Tours bereik ik een psychologische mijlpaal. Ik fiets met mijn gehavende geest de laatste bladzijde van routeboekje 1 af en boekje 2 binnen. Een gevoel van kracht overvalt me. Dit pakt niemand mij ooit nog af. Bij de ‘Saint Gatien’ kathedraal kom ik een Hollander tegen die op de terugweg is. Hij weet mij te vertellen dat je met een paar 100 euro & Iberia zo met fiets en al naar Nederland terug kan. Handig om te weten want ik heb nog totaal niet nagedacht over de terugweg. Mijn oog is gevallen op een camping in Viegné. Ik wist toen nog niet dat deze werd gerund door een Hollander met naar later bleek een interessant levensverhaal. Nadat mijn tent stond was het de hoogste tijd voor een plons in het riviertje. Eenmaal weer opgedroogd heb ik getracht het dopje van de tentstok te vinden dat ik hier ergens ben kwijtgeraakt. Natuurlijk niks gevonden wat ik lullig vind want ik reis met een geleende tent. Bij de camping eten is geen optie daar dit eigenlijk een snackbar is. Echter … de Hollandse eigenaar biedt aan speciaal voor mij rijst met een champignon / kip prutje te maken. Dit was simpel en misschien daardoor juist ook erg lekker. Na het eten komt zijn verhaal. Hij blijkt de halve wereld te zijn over gefietst. Van Nederland naar de Noord Kaap, weer terug naar Frankrijk & vervolgens door naar Turkije & Iran. Hij is ook door de outback in Australië getrokken. Wat ik nu doe is dus eigenlijk maar kinderspel. Hij vertelt er leuk over. Zonder arrogantie of ondertoon van "weet je wel wat ik allemaal wel niet heb gefietst". Al met al een leuke avond. Hij vraagt ook waarom ik dit doe. Voor het eerst deze reis over de oorzaak gesproken. Ook vandaag weer niet helemaal droog kunnen houden qua tranen dan. Toch is het al met al een redelijke dag. Ik sluit de avond af met 4 biertjes. Hoera, Hoera … wat een feest …! (108 km)

Maandag 23 juni 2003 (9e dag)

Op het moment van opstaan is het droog. Bij het inpakken van mijn tent begint het te regenen. De 1e 30 kilometer blijft het miezerig weer. Toch raak ik niet helemaal doorweekt. Dit mede door de ingelaste koffiestop waardoor ik weer wat opdroog. Voor de zoveelste keer dringen gedachten aan "M" zich weer op. Tussendoor ook wat flarden aangaande werk en hoe nu verder, maar dat raakt mij nauwelijks. Tot aan de 'Pont Henry IV' klopt de route. Daarna wordt het vaag. Werk is hoofd, "M" is hart en die twee hebben een totaal verschillende lading. Werk, daar heb ik invloed op, daar kan ik keuzes in maken. Van werkgever veranderen, lichtere baan dan ik misschien zou aankunnen, verzin het allemaal maar. Kan mij het schelen. Aan "M" valt niks te sturen. Je kunt iemand niet dwingen van je te houden … dus janken maar weer. Ik voel woede, moeheid, machteloosheid en weet ik wat allemaal door elkaar. Waar ben ik hier in godsnaam mee bezig in dat $#% weer. 's Ochtends stuur ik op het postkantoor een pakketje naar huis met overbodig geworden uitrusting. Routeboekje deel 1, lakenzak, geitenwollen sokken, kam, T-shirt lange mouw … ik heb het allemaal niet - of niet meer - nodig. In Châtellerault blijkt de Jacobs kerk gesloten. Balen … daar had ik graag een stempel van gehad. De 'Pont Henry IV' is mijn ‘route Waterloo’ van vandaag. Na een dwaling van drie kwartier ben ik er pas weer uit welke kant ik op moet. De camping bij Futuroscope heeft een rotsachtige ondergrond. Nu had ik een auto met Hollandse kentekenplaat gezien toen ik over de camping naar deze stek toe fietste. Ik loop terug naar het bijbehorende echtpaar om te kijken of ik daar een hamer kan lenen. Als ik deze terugbreng bieden zij mij een stoel en een blikje cola aan. Een gelegenheid tot een praatje sla ik als alleen reizende niet af. Toch zou ik graag ook eens mede ‘einzel-pelgrim-gängers’ tegenkomen. Daar heb je toch andere gesprekken mee. De rest van de avond ben ik alleen met mijn gedachten. Iedereen thuis maar eens afgebeld en ge-SMS-t. Het tentstokdopje dat ik gisteren dacht kwijt te zijn kom ik tegen in mijn fietshelm. Afstand 100 km.

Dinsdag 24 juni 2003 (10e dag)

Restant van de abdij van Saint Dauveur in Charroux Nieuwe dag … zelfde overpeinzingen. Mijn werkgever moet ik financieel maar eens zo goed mogelijk proberen te naaien. Dit door het reïntegratie traject zo lang mogelijk proberen te rekken. Kan ik mooi motorrijles nemen. Dat motiveert me tenminste. Het vooruitzicht mezelf terug te moeten worstelen in de situatie waarin ik kapot ben gegaan motiveert niet en is dus geen optie. Hé!!! Zowaar een conclusie. Ik moet dus weg zien te komen bij die ballentent. Ik heb alleen één probleem. Ik weet echt totaal niet wat ik wil. Eerst maar eens de reeds voor mijn vertrek geopperde beroepskeuzetest maken. Met name uit nieuwsgierigheid. Ik zie er geen gat in mezelf volledig om te moeten scholen & "M" … die zit weer op de eerste rij in mijn gedachten dus instorten maar weer. In Charroux gegeten en stempel gehaald. Daarna krijg ik ruzie met mijn fiets. De ketting is van het voortandwiel gelopen en zit muurvast tussen mijn bracket en binnenste kettingblad. Oplossing … alle bagage eraf en fiets op de kop zetten. Na een kwartier etteren en klooien werkt het spul weer. Eenmaal op de camping sta ik daar alleen met een Hollands echtpaar. Voordat ik ga douchen wisselen we een paar woorden. Fris en fruitig fiets ik het dorp in op zoek naar een supermarkt. Ik heb nog wel iets als ontbijt voor morgen maar niks meer voor onderweg. Als ik in de supermarkt sta, valt buiten mijn fiets om. Hierbij breken de tie-raps waarmee de sensor van mijn fietscomputer op mijn voorvork vastzit. $@%#!!! Terug op de camping pruts ik wat met duck-tape en touw en het spul werkt weer. 's Avonds in een poging de ‘allenigheid’ op de camping te ontlopen besluit ik in het dorpje te gaan eten. Ook daar is geen hond en ik eindig alleen op een terras. Ik word hier niet blij van. Gelukkig komen er later meer mensen aan de tafeltjes om mij heen zitten. Er arriveert ook een dame van in de 70 op de fiets. Haar verhaal is treurig en gaat over kanker, operaties etcetera. Wat ik hier doe vraagt ze niet en ik heb ook niet de behoefte dit te vertellen. Soms is het beter om zelf het luisterende oor te leveren. Tussen de regels door pikte ik op dat zij de meeste problemen heeft met navigeren. Na het eten heb ik haar daarom naar een herkenbaar punt op de route geleid. Terug op de camping tref ik mijn mede campinggenoten en wissel nog een paar woorden. De vrouwelijke helft van het stel vraagt wel wat ik hier zo alleen doe. Hierop begin ik graag mijn verhaal. Jammer genoeg begint het halverwege te regenen want dat betekent gelijk einde gesprek. De teller geeft 96 kilometer aan terwijl de regen gezelschap krijgt van onweer. Het lijkt alsof de bui recht boven mijn tent hangt. Ik kan niet in slaap komen door de lichtflitsen direct gevolgd door krakende onweersklappen. Ik voel me voor de zoveelste keer waanzinnig klote. Miezerig klein van ellende val ik in slaap.

Woensdag 25 juni 2003 (11e dag)

Kathedraal van 'Saint Piere' in Angoulême Als ik mijn tent uitkom schijnt de zon. Voor de tent mag dit echter niet baten, want die rol ik drijfnat op. 8:15 uur valt het startschot. Begin van de dag is direct verdwalen. Ik vraag tussendoor aan een paar Fransen de weg, maar volgens mij kennen die hun eigen land niet. Die willen me zelfs weer terugsturen nou … dat lijkt me dus geen goed idee. Al dat gedwaal triggert de zoveelste inzinking. Uiteindelijk besluit ik, via omrijden over hoofdwegen, naar de volgende plaats te fietsen om daar vervolgens de route weer op te pikken. Na deze dwaling rijd ik een alternatieve route via Angoulême. Daar staat een kathedraal en daar wil ik graag een stempel van hebben. ’s Middags wordt het gruwelijk heet. Ik ga nu echt richting zuid Frankrijk. Op voorhand heb ik bedacht alleen stempels bij godshuizen te willen halen maar ik ben bang dat ik van die gedachte moet afstappen. Ze zijn te vaak gesloten of de bijbehorende pastorie is niet bemand. Bij verder vragen word je dan steevast naar het gemeentehuis verwezen. ’s Middags kom ik bij een kerk een Frans gezelschap tegen. Zodra ze mijn Jacobsschelp zien beginnen ze tegen mij te praten. Ik krijg van een mevrouw een hangertje van, naar ik begrijp, de beschermheilige van … tja waarvan eigenlijk? Dat heb ik aan mijn fiets gehangen. Een beetje bescherming is nooit weg. Bij het eindpunt van vandaag ‘Aubeterre-sur-Dronne’ mag ik gratis de in de rotsen uitgehouwen (monoliet)kerk bezichtigen. Dit omdat ik pelgrim ben. Mijn Jacobsschelp krijgt steeds meer betekenis en opent steeds meer deuren naarmate ik dichter bij mijn einddoel kom. De bekendheid onder de bevolking van het fenomeen "Santiago de Compostela" wordt steeds groter. Op stempeljacht in een andere kerk in hetzelfde dorp kom ik drie Hollandse dames tegen. Eén van de drie vraagt waarom ik dit doe. Grappig … je herkent aan de vraagstelling dat mensen er meer vanaf weten dan alleen dat het in Spanje ligt, Dus mijn verhaal kort en bondig vertelt maar weer geen stempel te krijgen. Dan maar naar de camping, douchen en uit eten. Ik bel de laatste tikken van mijn telefoonkaart op met het thuisfront. O ja … ’s middags in een kerk de zoveelste dip verwerkt en gebeden. Dat laatste heb ik deze reis vrijwel iedere dag gedaan maar meestal was dat onder het fietsen zelf, als ik langs een kruisbeeld reed. 109 km.

Peilschaal onder een poort in de stadsmuur van 'Porté de la Mer' Donderdag 26 juni 2003 (12e dag)

5:00 uur gaan de ogen open omdat er een roedel brandweerauto's met sirene langs de camping dendert. Ik begin de vermoeidheid goed te voelen. Misschien dat ik in Dax maar eens een rustdag moet nemen. Slapen in een hotel zou ook al schelen. Rij 8:15 uur weg en ben gelijk op de verkeerde weg aan het fietsen. Balen. Terugrijden is geen optie dus dan maar een lus op de kaart navigeren om terug te komen op het goede spoor. Ik kom ’s middags twee Hollanders tegen. Die zijn ook op de fiets en doen dit als overgang tussen hun werkzame leven en hun pensioen. Nu ik dat van hun weet, willen ze ook van mij weten waarom ik hier rondzwerf. Toen ze hoorden dat ik in twaalf dagen hiernaartoe ben gereden, vroegen ze heel grappig "Hoe laat wil je daar dan aankomen?" Heren bedankt voor weer eens een keer lachen. Ik krijg steeds meer de indruk dat ik wel lekker doorrijd. Tja … wat moet ik anders doen de hele dag. De geplande camping in Cadillac zie ik alleen als caravan- / campercamping op de borden staan en daar heb ik geen zin meer in. Daarna wordt het vervelend maar dat weet ik dan nog niet. Pas 35 kilometer later vind ik met pijn en moeite een motel daar waar de dorpelingen zelf beweren dat er helemaal niks is. Blijkt er zowaar ook nog een chalet voor mij vrij te zijn. Alles wat ik gedurende die 35 kilometer ben tegengekomen was vol of zou ik in mijn eentje op een camping staan. Het Remi gevoel dat dat bij mij oproept trek ik gewoon niet meer dus dat is geen optie. Dit chaletje is perfect! Er staat een normaal bed, ik heb een eigen douche en er staat zelfs een TV. Mijn GSM doet weer eens niks, maar ik kan hem hier wel mooi opladen. 21:45 uur licht uit om een lange nacht te maken. 143 kilometer en wat tranen maar geen heftige emotionele instorting vandaag.

Vrijdag 27 juni 2003 (13e dag)

7:30 uur en fietsen maar weer. Het scheelt een stuk als je geen tent hoeft af te breken. Ik heb een dag door het bos crossen voor de boeg want ik ga dwars door ‘Les Landes’. Sinds mijn vertrek heb ik de nodige landschappen aan mij voorbij zien trekken. Vanaf woensdag 18 juni t/m woensdag de 25e hééél vééél graanvelden totdat je er niet goed van werd. De dag daarop - donderdag de 26e - alleen maar druivenvelden en nu dus alleen maar kilometerslange kaarsrechte wegen door een groot bosgebied. Dat is heel saai fietsen maar verdwalen is onmogelijk. Ergens in dit dunbevolkte gebied kom ik de 1e wandelaar tegen. Deze Fransman blijkt geen Jacobsschelp te hebben. Een pelgrim zonder schelp vind ik een treurige aanblik dus heb ik hem de kleine Jacobsschelp die ik voor vertrek op de Pasar Malam heb gekocht gegeven. Hierna ben ik vol doorgejakkerd naar Dax. Het was een vlakke etappe vandaag van 120 km. 's Ochtends wel een flinke inzinking gehad. Om en nabij 14:00 uur sta ik voor de kathedraal in Dax. Deze is geopend maar er is weer eens niemand om te stempelen. Het bijbehorende kantoortje opent zijn deuren pas om 16:00 uur. Ik moet en zal deze stempel hebben dus dan maar de tijd uitzitten op een terras. 16:00 uur sta ik weer op de stoep bij het kantoortje, maar mooi geen stempel. Karakteristiek voor 'Les Landes' zijn de kerktorens met houten uitbouw. Ik word doorverwezen naar de pastorie en uiteraard wordt daar niet opengedaan dus weer terug naar het kantoortje. De laatste mogelijkheid is buitenom de kathedraal heen, het plein oversteken en bij een groot huis vragen. Gelukkig blijkt dit het juiste adres voor de door mij zo fel begeerde stempel. Daarna vind ik het mooi geweest en ga ik een hotel zoeken. Dat is snel gevonden en na een verkwikkende douche ga ik terug de stad in om te eten. Geloof het of niet, maar in Dax zijn geen restaurants te vinden in het centrum, alleen een winkelgebied. Uiteindelijk eindig ik in een pizzeria waar ergens in een verdomhoekje nog twee tafels en wat stoelen staan. Buiten raast het verkeer langs daar deze tent aan een drukke weg ligt. Op de radio draaien ze "With Or Without You" van U2. Een enorme golf van eenzaamheid valt over mij heen. Ik voel de tranen achter mijn ogen branden. Gelukkig lukt het me ze te onderdrukken zij het met veel moeite. Dit is geen plaats om te janken. Snel weg hier. Ik krijg bevestigd wat ik eigenlijk allang weet. Een stad is klote. Dan maar een bar opzoeken om mijn verdriet te verdrinken. Als ik net zit beginnen ze de tafels en stoelen van het terras op te ruimen. %$#%@$ Eén ding weet ik zeker … ik ga hééél vroeg naar bed vanavond.

Zaterdag 28 juni 2003 (14e dag)

Eén van de mooiste kruisbeelden die ik onderweg ben tegengekomen Het geplande uitslapen is geen succes. Tja wat wil je als je de avond ervoor al om 21:30 uur in bed ligt. Dus 8:00 uur laat ik de pedalen weer rondgaan. Ik heb inmiddels iets bedacht dat maar door moet gaan voor rustdag. Een dag niks doen zorgt ervoor dat ik teveel ga malen en is dus geen optie. Als alternatief besluit ik een korte etappe te maken. 's Ochtends de zoveelste dip geïncasseerd. In Audaux kom ik langs een fraai uitgevoerd kruisbeeld. Ik bedenk mij dat ik er reeds tientallen gepasseerd ben in de afgelopen dagen. Een foto bij wijze van eerbetoon lijkt mij op zijn plaats. Daarna door naar Navarrenx waar ik reeds 13:00 uur arriveer. Eerst nog maar even het dorp in voor een cola. Daar kom ik een kerk tegen dus ook gelijk op stempeljacht. Volgens ‘oud’ gebruik is er weer geen hond te vinden. In de kerk komt de zoveelste inzinking. Dit blijkt een heftige. Tussen de tranen door op de knieën en het zoveelste gebed afgestoken. Merendeel van de inhoud gaat over "M" en mij. Wie weet kan er nog een wonder geschieden. Ca. 14:30 uur heb ik mijn tent staan en het zweet uit mijn fietskleding gespoeld. De zon wordt overmoedig en begint zowaar door te breken. Aan het eind van de dag bemerk ik zelfs een lichte verbranding van mijn schouders. Na de hele middag ‘gerommeld’ te hebben, plof ik 19:30 uur in het dorp neer voor het diner. Ik zit een stuk beter dan gisteren. Klein pleintje, vrijwel geen verkeer en een zwoele avond. Het eten wordt in sneltreinvaart geserveerd. Dat zie ik liever anders want op deze manier zit ik binnen een half uur weer bij mijn tent. Ik pas mijn 'eetstrategie' hier op aan. Mijn eettempo verlaag ik drastisch en om nog meer te rekken werk ik tussendoor mijn dagboek bij. Uiteindelijk rits ik 22:00 uur mijn slaapzak dicht. Dat begint inmiddels gewoon te worden. 72 km.

Zondag 29 juni 2003 (15e dag)

Heb korte etappe van 55 kilometer voor de boeg dus rustig aan en niet te vroeg opstaan. Om de hoek bij de camping is een supermarkt die zijn deuren om 9:00 uur opent. Ik leef - kennelijk nog steeds - volgens het keurslijf van de klok want 9:00 uur sharp stap ik naar binnen. Morgen rijd ik Spanje in en ik weet niet precies wat ik daar aan winkelopeningstijden zal gaan aantreffen. Ik weet alleen dat ’s middags zeker alles dicht is. Ik loop in de kathedraal in ‘Oloron’ zowat de pastoor uit zijn schoenen die zich een weg snelt vanuit de sacristie richting altaar om de zondagsmis te beginnen. Duidelijk gehaast zoekt hij zijn stempel met bijbehorend kussen om vervolgens snel mijn ‘Credencial’ af te stempelen. De zingeving van mijn reis gevangen in steen. Zeer emotioneel moment. Plaquette naast het beeld Dit vind ik erg sympathiek van de man. Ik sluip onopvallend weg langs de volle kerkbanken voor zover dit mogelijk is in een fietsoutfit. Ik heb dan ook het gevoel dat iedereen mij bank voor bank zit na te staren. In de buurt van de kathedraal kom ik langs een beeldhouwwerk dat het ‘Afscheid van een Pelgrim’ uitbeeldt met een kus. Allemachtig … wat krijg ik hier een enorme tik. Dit beeld raakt mij recht in het hart. Voor mij staat de hele zingeving van mijn reis in steen gevangen. Nadat ik mijzelf weer bij elkaar heb geveegd tracht ik zonder succes een postkantoor te vinden. Ik wil mijn franse taalgids, routeboekje 2 en het boek dat Cor mij in Breda heeft meegegeven terugsturen. Nu moet ik dit de Col du Somport op gaan hijsen. Inmiddels is het gruwelijk heet geworden. Dat kan nog lachen worden als die hitte de komende dagen aanhoudt. In de bergen krijg ik steeds meer een vieze hete harde wind tegen. Als vanzelf drink ik twee keer zoveel als in de voorgaande dagen. Ik kreeg bij de kathedraal in ‘Tours’ een tip, van een gepensioneerde Hollander die al op de terugweg was, om de camping in ‘Accous’ te pakken. Deze ligt al een deel in de beklimming van de ‘Somport’ en hij vond hem leuk. Eenmaal daar vind ik de camping zoals alle andere campings. Alleen ik tussen allemaal fransen. Toegegeven … de beheerster in haar caravan tussen de overige gasten geeft het geheel wel een eigen sfeer. Fietstechnisch ligt hij zeer handig. Zo kan ik morgenochtend fris aan de klim beginnen en is het ook nog niet al te heet. Nu ga ik er gemakshalve wel vanuit dat morgen de zon schijnt. Uit pure verveling om 21:15 uur naar bed. Dagafstand 55 kilometer.

Maandag 30 juni 2003 (16e dag)

Bovenop de 'Col du Somport'. 6:45 uur op. 8:00 uur op weg voor de klim over de ‘Col du Somport’. Het is zwaar bewolkt maar dat is alleen maar gunstig omdat dit de hitte mooi afhoudt. Halverwege in ‘Urdos’ kom ik het postkantoor tegen waar ik gisteren zo naar uitgekeken heb. Ik stop om onder andere routeboekje 2 en de overige overbodig geworden bagage als pakketje naar huis te sturen. De klim is redelijk pittig zo met bagage maar ondanks dat, goed te doen. Hij loopt mooi gelijkmatig waardoor ik in een ritme kom. Afgezien hiervan heb ik al weet ik veel hoeveel honderden trainingskilometers gedraaid in de afgelopen twee weken. Alleen die knetterharde wind tegen is niet grappig meer. Het voordeel van een berg is dat je vanzelf een keer boven komt. Wind kent een begin noch een eind met andere woorden, daar kan je het dus nooit van winnen. Mijn huidige hoofd propvol chaos trekt deze gedachte even niet meer. De nodige woede uitbarstingen gericht tegen de wind compleet met schreeuwen, schelden, vloeken en tieren dienen zich aan. Elke uitbarsting verzand in een zekere berusting en het droogvegen van de ogen om te kunnen zien waar ik fiets. Waarom mat ik mezelf toch zo af …? " Ik ben er nog steeds niet uit. Bovenop de ‘Somport’ ligt de psychologische grens tussen routeboekje 2 & 3 die ook tevens de grens tussen Frankrijk en Spanje is. Als fietser wil ik een foto maken van een bord waarop het aantal hoogtemeters (ca. 1600) wordt vermeld, maar ik zie dat nergens staan. Dan maar het grensbord met ‘Spanje’ erop vastleggen, windjack aan en afdalen. Na een kilometer of wat dalen, bedenk ik mij ineens dat ik geen stempel bij de grens heb gevraagd. Dom … dom … dom!!! Die had ik graag willen hebben maar teruggaan is geen optie. De wind is hier nog erger dan aan de andere kant. Ik kom in de afdaling meetrappend af en toe niet eens boven de 30 kilometer/uur. In ‘Jaka’ stempel bij de kathedraal gehaald. De rest van de dag houd ik alsmaar die keiharde wind tegen. Ik word er helemaal gek van. Het Spaanse levensritme ontgaat mij vooralsnog. Als ik 15:30 uur wil stoppen zijn de hotels in de dorpjes die ik op het oog had stuk voor stuk gesloten. Doorrijden dan maar. Uiteindelijk eindig ik volledig uitgewoond door die &^$% wind na 137 kilometer in ‘Sangüesa’ op een camping. Mijn strijdplan een hamer te lenen bij echtparen met een auto voorzien van Hollands kenteken bevalt goed dus dat principe pas ik hier ook weer toe. Na gebruik word ik (door Walter en Jean uit Wassenaar) uitgenodigd voor een biertje. Vervolgens zitten we daar een hele tijd te praten over het leven in zijn algemeenheid. Walter vertelt ook over zichzelf en zijn dochter die beide het fenomeen ‘opgebrand’ hebben ervaren. Voor mij is dit echt een zeer leuke middag. Dank daarvoor. Door dit alles eet ik laat wat mooi in het Spaanse levensritme past. Bijkomend voordeel is dat ik ook weer eens op een wat normalere tijd mijn tent dichtrits 22:30 uur.

Dinsdag 1 juli 2003 (17e dag)

Niet vergeten … voor vertrek eerst Jean en Walter vereeuwigen op de gevoelige plaat. 8:10 uur ga ik op weg richting ‘Pamplona’. Die keiharde, smerige %#%$^& wind van gisteren is er nog steeds en die heb ik uiteraard weer tegen. Vannacht over "M" gedroomd. Was met haar op bezoek bij haar ouders en we hadden een klimplantje of iets dergelijks meegebracht. Brug bij 'Puente la Reina'. 900 jaar geleden speciaal gebouwd om pelgrims een natte overtocht te besparen Wat een onzinnige details een mens al niet onthoudt. Ze laat me kennelijk nog steeds niet los. Verder dan maar weer met schreeuwen, schelden, vloeken en tieren net zoals gisteren. Voor de zoveelste keer sinds de opbouw naar mijn burnout heb ik het gevoel dat ik aan het kortse eind trek. Ik explodeer ineens zo verschrikkelijk van woede over het feit dat ik nauwelijks vooruitkom dat ik er zelf van schrik. Ik zit me gek te hengsten op de pedalen en kom aan een gemiddelde van 15 km/h en dan duurt een kilometer erg lang. Het helpt je echter allemaal niks. ‘Pamplona’ heeft een mooie kathedraal. Ik denk dat ik een beetje verwend raak want de pracht en praal kan me niet boeien. Snel verder dus. ‘Pamplona’ uitkomen blijkt een zware opgaaf. Ik zwerf rond maar heb geen idee welke kant ik op moet. Een taxichauffeur heeft mijn dwalen kennelijk een tijdje zitten volgen. Hij komt naast me rijden we wisselen een paar plaatsnamen uit en ik begrijp dat ik hem moet volgen. Dat valt nog niet mee, met je fiets volgehangen met kilo’s bagage de snelheid van een auto volgen. Het werkt echter wel voortreffelijk want hij levert mij keurig af op de juiste route. Zodra ik de stad uit ben heeft de wind weer vrij spel. Stoppen dan maar om bij te komen met de lunch. Na de lunch gaat het gevecht tegen de elementen onverminderd voort. Na 100 kilometer arriveer ik in ‘Puente la Reina’. Hier neem ik voor het eerst mijn intrek in een refugio alwaar ik ook gelijk een stempel in ontvangst mag nemen. Er zijn voornamelijk Spaanstaligen en een paar Fransen. Er staat buiten nog de een of andere Belg in een rolstoel maar die voegt werkelijk waar totaal niks interessants toe. Die hoort met name zichzelf graag praten. Voor je nachtrust is een refugio drie keer niks. De halve slaapzaal ligt te snurken en de andere helft heeft een abonnement op het toilet. Conclusie: morgen lig ik weer in mijn tent.

Kathedraal 'Santa Maria de la Redona' in 'Logroño' hoofdtad van de 'Rioja'. Woensdag 2 juli 2003 (18e dag)

Ik scharrel mijn spullen bij elkaar in de nog verduisterde slaapzaal. Even wat eten en om exact dezelfde tijd als gister begint de volgende etappe. Het is om gek van te worden. Het is zwaar bewolkt en de wind is nog steeds onveranderd hard tegen.Tot twee keer toe krijg ik 's ochtends een zware emotionele inzinking. Het besef dat "M" steeds verder aan de horizon verdwijnt is weer een stukje toegenomen en werk … kan mij het schelen. Dat houdt mij nog steeds niet zo bezig. Na 50 kilometer ben ik alweer uitgewoond dus tijd om te lunchen in ‘Logroño’ hoofdstad van de ‘Rioja’. Ik ben net op tijd voor een stempel want de kathedraal staat op het punt van sluiten. Ik kan nog snel een blik rond werpen en zie een schitterend interieur. Qua route is het een verschrikkelijke dag. Ik heb twee uitersten gezien. Ik ben over stukken wandelpad gekomen alwaar ik mijn fiets handmatig over de keien heb moet sleuren. Later viel een stuk vluchtstrook van een autosnelweg mij ten deel. Dat laatste moet je in Nederland eens proberen. In Spanje kijkt daar echter niemand raar van op. Hoe het ook zij, ik was blij dat ik er weer vanaf kon. Het landschap van noord Spanje vind ik oogverblindend saai. Tot op heden alleen maar graanvelden, kilometers lang, dag in dag uit en vol tegenwind. Spanje SUCHS !!! Wat een ^$%^#% land. Ik kom hier nooit meer terug!!! Ik kies ‘Nájera’ als overnachtingplaats. De camping is niet geweldig maar ik zit wel weer mooi lekker privé in mijn eigen tent. 104 kilometer.

Donderdag 3 juli 2003 (19e dag)

Vannacht weer over "M" gedroomd. We zaten ergens op een bank. Ik kon het niet goed plaatsen en bedenk mij dan dat dit meer voer is voor dromendokters. Gedachten proberen te laten rusten dus. De wind is eindelijk weg en de route loopt ook lekker. 's Ochtends wel weer twee keer overvallen door verdriet. Het lijkt erop dat ik in de knoei ga komen met mijn eten maar bovenal ook drinken. Dit omdat ik onderweg maar niks zie waar ik wat kan eten of proviand kan inslaan. Op het moment dat zaken kritiek beginnen te worden kijk ik bij toeval een zijstraat in en zie door een open deur iets dat lijkt op de een inrichting van een café. Is het niet zo dat als de Heer een deur sluit hij een raam opent? Zittend achter de nodige cola’s realiseer ik mij dat ze in dit gebied vrijwel geen uithang en/of reclameborden hebben. Daarom lijkt het alsof hier niks is. Beter kijken dus de komende dagen. De dag verloopt verder voorspoedig en na 124 kilometer lees ik ‘Burgos’ op het plaatsnaambord. Daar zoek ik een hotel op inclusief ontbijt zodat mijn proviandprobleem voor morgen ook gelijk is opgelost. In het hotel kom ik tot de ontstellende ontdekking dat ik de steen - die ik reeds vanaf huis met mij meedraag - kwijt ben. Deze steen ben ik voor mijn vertrek zeer doelbewust op wezen rapen van het ‘Ballast’ terrein alwaar ik ben afgebrand. Ik heb al mijn ellende op die ene steen geprojecteerd met als doel deze achter te laten bij ‘Cruz del Ferro’. Voor de verandering eens een MOOI stuk graanlandschap ZONDER tegenwind. Met deze daad had ik voor ogen om symbolisch alle last van mijn schouders af te werpen zoals dat al eeuwen lang gedaan wordt door ‘Santiago’ pelgrims. Nu deze mogelijkheid mij ontnomen is zakt één van de pijlers die de zingeving van mijn tocht vormen weg. Mijn wereld stopt letterlijk met draaien en ik voel iets in mij breken. Ik ben bekaf van de emotie en ervaar weer dat vreselijke gevoel van onrust dat ik de periode voor mijn vertrek ook had. Na ongeveer een uur hervind ik mijzelf beetje bij beetje. In de stad pak ik nog twee biertjes, maar door het steenincident heb ik nergens meer zin in. Ik ga dan ook maar terug naar het hotel. Daar herinner ik mij een verhaal dat ik vanmiddag heb zitten lezen in mijn routeboekje. Ik pak het er nog eens bij en lees over een Franse pelgrim die bij wijze van straf een ijzeren staaf van 24 pond met zich mee droeg. Voor het beeld van de Madonna in de ‘Santa Maria la Blanca’ kerk te ‘Villalcázar de Sigra’ brak de staaf in twee delen die niet meer te tillen bleken. Een teken dat zijn zonden vergeven waren. Het is verleidelijk te denken dat zoiets ook op mij van toepassing is maar ik blijf me rot voelen.

Vrijdag 4 juli 2003 (20e dag)

'De Ballast Steen' waar wel een vloek op leek te rusten. 'De Stand In' groter dan de oorspronkelijk ter compensatie. Om de een of andere reden is het ontbijt een probleem. Hiermee begin ik de dag al geïrriteerd. Ik begrijp dat ik te vroeg ben en dat terwijl die kerel gister nog zei dat de tijd allemaal niks uitmaakte. Daarbij maakte hij nog een wijds handgebaar en werd krachtig het woord ‘buffet’ uitgesproken. Ik ben er gelijk klaar mee ook. Pissig ga ik terug naar mijn kamer maar niet voordat ik al mijn zakken heb volgepropt met voorverpakte broodjes. Als ik twee tellen later - nog steeds opgefokt - met mijn bepakking bij de receptie sta is het ontbijt ineens geen enkel probleem. Ik kan zo aanschuiven. Even sta ik in dubio maar ik verkies ontbijten op een stoel aan een tafel boven een voorverpakt broodje wegproppen op de fiets. Die broodjes zijn dan mooi voor onderweg. Er staat weer veel wind vandaag maar dit keer heb ik hem mee. Ik ga dan ook als een speer. 's Ochtends een nieuwe steen opgeraapt die een stuk groter is (bij wijze van compensatie) dan die uit Nederland. Toch raak ik hiermee dat nare onrustige rotgevoel niet kwijt. Er zat zoveel symboliek in die eerste steen. Om 14:00 uur ben ik al op de volgende camping. Daar sta ik naast een knul (Doug) uit Engeland. Hij is op de fiets ergens vanuit Engeland komen aanscharrelen en is al zwervend op weg richting het zuiden van Spanje. We praten een tijdje met elkaar over luchtige zaken. Daarna ga ik het dorp in op zoek naar wat te eten. Ik eindig in een pizzeria waar een heleboel pelgrims zitten. Ik vraag aan een Hollandse kerel die ook alleen is of hij bij mij komt zitten. We eten gezamenlijk en praten over van alles en nog wat, echter geen zware onderwerpen. Na het eten ga ik terug naar de camping. Dagafstand 100 kilometer.

Zaterdag 5 juli 2003 (21e dag)

7:15 Uur op. Ik loop Doug tegen het lijf en in een opwelling vraag ik of hij een stuk met mij meerijdt. Ik hoor hoe hij daarmee instemt maar iets in mij komt gelijk in opstand. Ik ben nog lang niet uitgedacht, uitgeanalyseerd en gefilosofeerd. De 'Camino' heeft inmiddels de status van cultureel erfgoed. De EU-gelden die dat genereerd worden gebruikt om de route om te bouwen tot toeristische attractie. Hierdoor gaat een groot deel van de charme en sfeer verloren in beton, asfalt en gekunstelde plaquettes. Ik heb mijn handen vol aan mijzelf. Mijn hoofd zit nog veel te vol om beleefdheidsgesprekken te voeren. Ik kom er een minuut of wat later dan ook op terug en zeg hem dat ik bij nader inzien toch liever alleen rijd. Ik geef hem de korte versie van mijn verhaal. Hij begrijpt het meteen en het is goed zo. We maken wel een geheel vrijblijvende afspraak over het dorp waar ik gepland heb aan het einde van deze dag te stoppen zodat we elkaar daar wellicht weer kunnen treffen. In de ochtend kom ik over een pad dat zowel voet- als fietspad tegelijk is. In de verte zie ik het silhouet van een wandelaarster. Als ik tot op een meter of 10 genaderd ben zeg ik "Sorry". Soms kunnen mensen zo erg schrikken dat je door de heftige reactie van hun lichaam daar zelf weer van moet schrikken. Dat is hier het geval. We komen beide in de berm terecht en vragen aan elkaar of het gaat. Als daar van twee kanten ja op is geantwoord kunnen we weer verder. In het eerst volgende dorp stop ik voor een cola. De vrouw komt een minuut of tien later aanlopen en voor het eerst voer ik een gesprek waar zowel ik als zij het achterste van de tong laten zien. Dit zijn de gesprekken zoals ik die voor ogen had voordat ik vertrok. Zelfs het verlies van mijn steen passeerde de revue. Uit zichzelf kwam zij met de verklaring dat het kennelijk zo moest zijn dat ik die steen ben kwijtgeraakt. Na mijn moeder en Hans, is zij nu de derde persoon die met een dergelijk soort uitspraak komt. Ik begin er nu zelf ook bijna in te geloven. Zelf liep deze Ierse vrouw hier ook gekweld rond. Dat schept toch een band. Zij bleek al twee jaar in een depressie te zitten en al dat soort ellende. Het gehele gesprek was een zeer intense en positieve ervaring inclusief de bijbehorende snikken. Daarna vlug door naar mijn einddoel van vandaag. Ik kom daar zowaar 'Doug' ook weer tegen. Hij vertelt dat hij zijn plannen naar het zuiden te fietsen heeft bijgesteld. De symboliek achter mijn steenverhaal sprak hem zo aan dat hij besloten heeft ook richting 'Santiago' te willen trekken. Geinspreerd door mijn verhaal heeft hij vandaag drie stenen opgeraapt. Hij is meer toevalligerwijs op de Camino terecht gekomen. Ook hij blijkt zoekende qua werksituatie en de toekomst. Hij is er alleen voor zichzelf nog niet uit waar zijn stenen symbool voor moeten staan. 's Avonds in het dorp gegeten. Bij terugkomst op de camping knoop ik een gesprek aan met een Hollandse. Zij vindt het allemaal wel dapper wat ik hier doe. "Hmmm" Misschien ben ik daarom ook wel gaan fietsen. Ik krijg nu veel te horen hoe anderen het knap, stoer, dapper etcetera vinden waar ik mee bezig ben. Dat is ook wel weer eens leuk om te horen nadat ik 1 ½ jaar lang verbale diaree over me heen heb gekregen van wat er allemaal niet goed aan mij was. 85 Kilometer.

Zondag 6 juli 2003 (22e dag)

Hoewel de keuken nog gesloten is gaat 'Rosy' toch spciaal voor mij koken. Ik heb moeite met opstaan. Zowel de lichamelijke inspanning als de emoties die met deze hele onderneming gepaard gaan laten zich steeds meer voelen. Ik blijf lang liggen en twijfel of ik toch niet eens een rustdag zal nemen. Omdat ik nog steeds niet weet hoe de dag door te komen, hijs ik mezelf voor de zoveelste keer op rij uit mijn slaapzak. 9:30 Uur vertrek. Het is weer gaan waaien maar de wind komt vanaf de zijkant. In ‘Leon’ laat ik bij de fraai uitgevoerde kathedraal mijn ‘Credencial’ stempelen. Ik neem de tijd, ga rustig zitten, vouw mijn handen en sluit mijn ogen. Al biddend, voel ik het traanvocht achter mijn oogleden opkomen doch onderdruk dit. In een kerk vol toeristen ga ik niet zitten janken. Onderweg dringen gedachten aan "M" zich veelvuldig naar voren. Ik probeer er voor mijzelf uit te komen of een herstart mogelijk is en of ik dat vervolgens ook zou willen. Zoals ik eerder al heb aangegeven … er liggen geen antwoorden op de weg naar ‘Santiago’ dus ik tracht dit te laten rusten. Lunchen doe ik in ‘Villar de Mazarife’. Eigenlijk ben ik ruim een uur te vroeg. De keuken is nog gesloten dus ik kan daar officieel niet eten. Gelukkig blijkt de eigenaresse een voorliefde voor pelgrims te hebben. Zij duwt mij een blocnote onder de neus en ik zie korte stukjes in allerlei talen, opgeschreven door de honderden pelgrims die mij voor zijn gegaan. Ik pak een pen en doneer mijn bijdrage in inkt. In de tussentijd werkt ‘Rosy’ aan mijn lunch. Soep, salade, kapucijnen met vlees en een yoghurt toetje als afsluiting. Erg lekker allemaal. Daarna door naar ‘Astorga’ waar ik Doug toevallig weer tegenkom. Hij heeft bij nader inzien zijn originele plan weer uit de kast gehaald. Hij vindt dat hij niks in ‘Santiago’ te zoeken heeft daar hij niet echt met zichzelf overhoop ligt. Hij heeft niks kunnen bedenken waar zijn stenen symbool voor zouden kunnen staan. Samen drinken we nog een kop koffie. Ik heb hem nog één keer de hand geschud en toen scheidden onze wegen … ik verder naar het westen … hij richting het zuiden. Het vinden van een refugio is moeilijk. Ik kom er tot drie keer toe niet in. De geldende regel is dat lopers boven fietsers gaan. Gedachte hierachter is dat zij met minder inspanning een volgende overnachtingplaats kunnen bereiken dan iemand te voet. Bij de vierde refugio is plek zat. Deze blijkt klein doch we zijn maar met z’n drieën. Dodelijk saai en akelig stil dus. In het dorp is ook geen ene moer te doen. Op tijd naar bed dan maar weer met 110 kilometer in de benen.

Maandag 7 juli 2003 (23e dag)

7:30 Uur op en om 8:00 uur vertrokken voor één van de drie hoogtepunten deze reis. Vandaag zal ik mijn steen afleveren bij ‘Cruz del Ferro’ en daarmee symbolisch alle last van mijn schouders af laten vallen. Onderweg in de klim komen de eerste tranen. Naarmate ik dichterbij kom worden het er meer. Uiteindelijk zie ik de berg stenen voor mij opdoemen met in het midden de houten staak gekroond met het ijzeren kruis. Een vreemd weeïg gevoel maakt zich van mij meester. In al zijn eenvoud een zeer indrukwekkend en eeuwenoud monument. Dit is het dus. Ik stop en blijf eerst enige tijd naar dit overweldigende monument kijken voordat ik mij ertoe kan zetten mijn steen te pakken. Met tranen in de ogen en de steen in mijn hand loop ik maar wat rond. Ik voel hoe de mensen naar mij kijken maar het deert mij niet langer. Ik loop ongeveer een kwartier lang rond te drentelen voordat ik mij tot de vervolg stap kan zetten. Ik vraag aan iemand of die een foto van mij wil maken met de steen nog in mijn hand. Zodra ik het teken krijg dat de foto genomen is denk ik "nu moet het maar gebeuren". Ik laat mijn steen vallen aan de voet van de paal, draai me om en loop naar beneden weg van de steenhoop af. Verderop laat ik mij op de grond zakken en voel geen enkele behoefte meer mij groot te houden. Het is wat het is. Ik huil met mijn hoofd in mijn handen zodat het ook weer niet teveel opvalt. Ik voel hoe alles en iedereen weer naar mij kijkt. Na een hele tijd sta ik op maar ik kan mij er nog niet toe zetten deze plek te verlaten. Ik ben nog niet zover en loop maar wat op en neer. Een Spanjaard vraagt uiteindelijk aan mij of alles goed is. Ik leg hem heel kort de reden van mijn aanwezigheid alhier uit en maak gelijk van de gelegenheid gebruik om te vragen of hij mij ‘alleen’ naast het kruis wil fotograferen. Daarna is het tijdstip aangebroken om te vertrekken hoewel ik het moeilijk vind deze plek achter mij te laten. Gelijk in de afdaling al bekruipt de akelige gedachte mij dat met het droppen van de steen eerder "M" weer verder aan de horizon verdwijnt dan dat ik afreken met mijn burnout en werksituatie. Dit wakkert dat vreselijk nare gevoel van onrust weer in mij aan. Bij het kruis dacht ik na al die tijd helemaal aan niks. Mijn hoofd was eindelijk gestopt met malen en er was alleen ruimte voor tranen. Ik denk dat het daar één grote emotionele ontlading was van iets dat me de afgelopen maanden en nu nog steeds bezig heeft gehouden qua emoties en gedachten. Het zal ook een ontlading zijn geweest van de inspanning die het mij gekost heeft om tot hier te komen zowel fysiek als mentaal. Later op de dag voel ik mijn rechterknie opspelen. Uiteindelijk stop ik na 72 kilometer. Het is loeiheet, ik ben doodop en mijn knie doet pijn. Ik neem het besluit om vanaf hier in drie dagen naar ‘Santiago’ te fietsen in plaats van de geplande twee. Ik wil ook nog door naar Cabo Finisterre en kan en wil het risico niet lopen dat ik in deze laatste week mijn knie kapot fiets. Tegen een uur of twee neem ik mijn intrek in een hotel in ‘Villafranca del Bierzo’ en probeer de rest van de dag zoveel mogelijk te rusten.

Bovenop de 'Porto de Polo' staat dit beeld. Een pelgrim die voorover hangend tegen de wind in zijn hoed vasthoudt. Dit doet mij denken aan mijn 1e dagen in Spanje. Dinsdag 8 juli 2003 (24e dag)

Net als gisteren 7:30 uur wakker en 8:00 uur op weg voor de klim over de laatste serieuze berg (Porto de Polo - 1335m). Direct voel ik mijn knie weer opspelen, maar hij lijkt toch iets minder aanwezig dan gisteren. Ik neem de tijd door bewust in een lichter verzet te fietsen dan ik qua spierkracht en conditie aankan. In de klim dwalen mijn gedachten weer af naar "M". Ook de gedachte aan hoe ik in ‘Santiago’ aankom en hoe ik dat vervolgens zal ervaren spelen door mijn hoofd. Tijd om nog maar weer eens de ogen droog te vegen. Ik weet nog steeds niet wat ik hier doe maar ik heb ergens wel het gevoel dat ik er goed aan heb gedaan om naar ‘Santiago’ te gaan. Het is weer een loeihete dag dus ik stop maar om me weer een beetje aan te passen aan het Spaanse levensritme door ’s middags warm te eten. Kan mijn knie ook gelijk bijkomen. Na het eten besluit ik door te gaan naar ‘Portomarín’. Hierdoor kom ik aan een dagafstand van 103 kilometer. Tevens stel ik tevreden vast dat mijn knie zich beter houdt dan gisteren dus het moet allemaal wel lukken. Op de camping is een grote groep van een man of 40 die uit Amerika zijn gekomen. Ik kom tot de conclusie dat het hier een religieus gebeuren betreft want er blijken overal bijbels rond te slingeren. Afgezien hiervan wordt er ook nog met volle overgave gezongen. Een soort gospelachtig gezelschap dus. Naast mijn tent blijkt het podium te zijn. "Hmmm" … ik zit nog eerste rang ook. Hij is fijn. Tijd om in de bar wat te gaan schrijven bij een biertje dus. De campingeigenaar is een grappig kereltje. Hij spreekt een paar woorden Frans en doet serieus zijn best om met je te praten. Ook kan je hier uitgebreid eten. Nu heb ik vanmiddag al uitgebreid warm gegeten maar mede omdat die kerel zo grappig is, besluit ik 's avonds nogmaals warm te eten. Dan draait de avond tenminste weer een beetje. Dit blijkt een gouden greep want het eten is erg lekker. Heerlijk mals vlees zonder bonken vet dit keer. Ik tetter iets van een liter wijn weg in mijn eentje en als klap op de vuurpijl wordt er nog een likeur van het huis naast mijn koffie gezet. Dat wordt dus lekker slapen!

Woensdag 9 juli 2003 (25e dag)

Ik heb mijn wekker weer om 7:30 uur gezet. Deze tijd bevalt goed. Het is koud en mistig. Ik heb gelijk een klim van 12 kilometer om te beginnen. Hierdoor krijg ik het vanzelf weer warm. Ik zie bar weinig want de mist condenseert continu op de glazen van mijn bril. Dat is berg op al irritant, maar met hoge snelheid berg af echt volkomen %^$%. Dit niet in de laatste plaats omdat de weg vol zit met gaten. Deze zie ik toch graag aankomen om er omheen te kunnen sturen zodat ik niet met vol bepakte fiets de klappen op mijn wielen en banden krijg. Aanvankelijk had ik gedacht circa 20 kilometer voor ‘Santiago’ te stoppen zodat ik de dag daarop 's ochtends - voor de drukte - kan aankomen. Ik zie hier echter vanaf daar het gedurende de dag steeds verder opklaart. Ik besluit in één ruk door te rijden naar mijn doel. Naarmate ik dichterbij kom, nemen ook de emoties weer toe. Het is inmiddels weer loeiheet geworden als ik ‘Santiago’ voor mij zie opdoemen. Ik passeer het plaatsnaam bord en rijd door naar het plein met de kathedraal. Eenmaal op het plein komen de tranen weer. De nodige mensen kijken me na net als bij ‘Cruz del Ferro’. Het interesseert mij allemaal niet meer en de zoveelste mentale inzinking slaat genadeloos toe. Ik ga aan de ander kant van het plein zitten en staar een hele tijd tussen mijn tranen door naar de imposante gevel. Dit is hem dus … de kathedraal van ‘Santiago de Compostela’. Mijn huid is één en al kippenvel. Als ik mij voldoende herpakt heb is het tijd naar binnen te gaan. Daar leg ik mijn hand op de granieten zuil. Door de eeuwen heen is daar een handafdruk uitgesleten door de ontelbare pelgrims die mij reeds zijn voorgegaan. Zeer indrukwekkend allemaal. Eenmaal binnen ga ik een tijd zitten bidden voor alle mensen om mij heen die mij dierbaar zijn. Dit keer vergeet ik mijzelf niet want dat is toch ook één van de vele lessen die ik via een keiharde leerschool heb moeten leren. Na dit gebed bekijk ik de kathedraal. Er is een groots en zeer fraai uitgevoerd altaargedeelte. De imposante gevel (de Obradoiro) van de kathedraal in Santiago. Ook hier is het weer één GROTE emotionele ontlading compleet met kippenvel. Ik kan de gedachte dat ze al dat goud en zilver destijds uit Peru hebben gejat niet onderdrukken. De rest van het interieur is soberder. Ik loop achter het altaar langs en zie dat je er ook onderdoor kan. Later krijg ik bevestigd wat ik nu reeds vermoed. Hier heeft ‘Sint Jacob’ zijn laatste rustplaats. Het is er op het moment dat ik er ben zeer rustig en ik kan zo doorlopen. Na dit alles is het tijd om mijn Compostelaat te halen. Ook hier heb ik mazzel. Er zijn slechts een paar mensen voor mij. De laatste stempel wordt gezet. Ik krijg de vraag voorgelegd of ik mijn tocht vanuit een religieuze, spirituele of sportieve overtuiging heb gemaakt. Deze vraag overvalt mij een beetje maar toch hoef ik over het antwoord niet na te denken. Een combinatie van spiritueel en religie is mijn antwoord. Mijn voornaam wordt in het Latijn op mijn Compostelaat geschreven. Als ik mij omdraai om weg te gaan, zie ik dat het gebouw vergeven is van de mensen en ik moet mij ertussendoor wringen om weer buiten te komen. Eenmaal buiten loop ik met mijn ziel onder mijn arm. Ik weet niet goed wat nu te doen. Ik zie een winkeltje waar ze kokers verkopen om je Compostelaat opgerold in te doen en koop zo’n ding. Vanachter een cola op een terras zie ik hoe de mensen aan mij voorbij trekken. Ze hebben gelijk als ze zeggen dat het onderweg zijn belangrijker is dan het aankomen. Onderweg zijn … ik moet mijn terugvlucht eerst maar eens regelen. Na alle plichtplegingen en een vliegticket op zak hak ik de knoop door. Ik ga op zoek naar het begin van de route naar Cabo Finisterre en hoop dat ik onderweg iets tegenkom waar ik kan overnachten. Deze strategie werkt … het is dus allemaal weer goed gekomen. Vandaag is een zeer emotionele dag geweest. Ik ben ergens wel trots dat het me gelukt is als labiele simpele pelgrim in z’n eentje op een fiets. Toch blijft de hoera stemming uit. In de kathedraal heb ik veel aan "M" moeten denken en aan wat wij samen niet mochten hebben aan toekomst. Het stukgaan van wat wij hadden is denk ik toch iets van 70% van de reden dat ik hier sta. Het heeft denk te maken met bewijzen dat ik geen loser ben, zowel voor mijzelf als m’n familie vrienden en uiteindelijk ook "M", ook al weet ik dat dit nergens op slaat. Ik heb wel het gevoel dat het goed is geweest dat ik dit allemaal heb gedaan al zie ik nu niet precies het hoe en waarom. Het is een puur gevoel en ik ben een gevoelsmens. Het is gewoon goed zo. Morgen door naar Cabo Finisterre om het echt volledig af te maken en daarna … tja daarna weet ik het nog steeds niet. 115 kilometer.

Donderdag 10 juli 2003 (26e dag)

Room with a view. Om 8:00 uur weer op pad voor het laatste hoogtepunt van deze reis, Cabo Finisterre … end of the world! Althans dat dachten ze in de tijd van Columbus. Het parcours is pittig te noemen. Ik heb de wind weer stevig tegen en het is veel op en af door een heuvelig landschap. 's Ochtends rijd ik voor het eerst deze reis lek. Gelukkig is het mijn voorband zodat ik de bepakking niet van mijn fiets hoef te halen. Verwisselen is zo gebeurd. ’s Middags neem ik de tijd voor een uitgebreide warme maaltijd. Ik voel me dan al weer moe. Na de maaltijd verder maar weer richting de laatste kilometer. Ook de ontmoeting met Cabo Finisterre is van een ongekende emotionele heftigheid. Na een tijdje gezeten en rondgedrenteld te hebben is het tijd voor het allerlaatste Met rondom open lucht, wind en schuimende zee heb ik uiteindelijk kilometerpaal 0,00 op de sterrenweg bereikt. ritueel dat ik nog ‘MOET’ doen. Ik pak een paar vieze oude sokken, een fietsbroek waar inmiddels de gaten inzitten en mijn fietspetje, waar het nieuwe ook al jaren vanaf is. Ik loop hiermee zover als mogelijk is de klippen af richting de zee. Daar steek ik dit in brand. Onderweg heb ik gehoord dat pelgrims door het verrichten van deze daad symbolisch afstand doen van hun aardse bezittingen. Deze symboliek raakt mij recht in het hart. Het zit er zogezegd (bijna) op. Mijn strijd is gestreden en ik voel mij totaal leeg. Ik por met een stokje in het vuur net zolang totdat er slechts as rest. Onderwijl uitkijkend over de Atlantische Oceaan blijven de tranen maar komen en komen en komen … Ik moet weer aan "M" denken. Mede of met name - ik ben er nog steeds niet uit - omdat het tussen ons niet lukte sta ik hier. Ik hoop ergens nog steeds, maar weet dat de kans dat het ooit goed komt tussen ons heel erg nihil is. Ik dobber nog steeds rond, in die zin dat ik geen richting heb voor de toekomst. Ergens heb ik het gevoel dat het goed is geweest dat ik dit gedaan heb al kan ik niet benoemen waarom. Misschien dat ik over een jaar kan zeggen "Ja … Santiago was het omslagpunt want daarna gebeurde of deed ik dit & dat en zus & zo." De toekomst zal het leren. Ik neem nog één keer mijn intrek in een refugio omdat ze daar het certificaat uitgeven dat aangeeft dat je ook Cabo Finisterre hebt aangedaan. Vandaag 123 kilometer. In de refugio spreek ik een Duitse wandelaarster. Ook zij is een ‘probleemgeval’. Zij geeft kort te kennen onmogelijk afscheid te kunnen nemen. Tja … hebben we dat niet allemaal vraag ik mijzelf af. Helaas gaat zij direct op weg om de zonsondergang vanaf de klippen te kunnen meemaken waardoor ik niet verder met haar heb kunnen praten.

Vrijdag 11 juli 2003 (27e dag)

De Botafumeiro (wierookvat) Het is mooi geweest. Ik ben het fietsen nu wel beu. Vannacht heb ik geen oog dicht gedaan. Ergens in de slaapzaal iemand anders duidelijk wel. Wat lag die persoon hard te snurken zeg. Hierdoor ben ik wel vroeg op en mooi op tijd bij het busstation. 8:00 Uur sharp wrot ik mijn fiets onderin de bus en … op weg ben ik weer. In 2 ½ uur rijdt de bus mij terug naar Santiago. Daar aangekomen ga ik gelijk door naar de kathedraal waarvan ik het museum, dat uit drie delen bestaat, nog wil bekijken. Als ik door het eerste deel (schatkamer en klooster) heen ben zie ik dat het inmiddels 11:30 uur is geworden. 12:00 Uur begint de pelgrimsmis in de kathedraal en deze moet en zal ik meemaken. Ik besluit de rest van het museum uit te stellen tot morgen en ga kijken of ik ergens vooraan een plekje kan bemachtigen. Het is al redelijk druk maar er blijkt recht voor het altaar een afgezet gedeelte te zijn speciaal voor pelgrims alwaar ik een plekje vind. De mis wordt geopend door een non die erg mooi kan zingen. Zij blijft gedurende de mis voorgaan in de zang van het koor. Alles gaat volledig in het Spaans en is daarom voor mij jammer genoeg niet te volgen. Herkenbaar is het wel als de diverse landen worden opgesomd waarvan pelgrims de ‘eindstreep’ hebben gehaald. Het aantal per land wordt ook opgelezen wederom in het Spaans. Ik herken het woord Hollanda maar geen un dos trez. Conclusie … het moeten er met mij incluis meer dan drie geweest zijn. Het is afwisselend staan en zitten, maar dit is gewoon doen wat de rest doet. Tussendoor klinkt steeds het orgel. Zeer indrukwekkend tot kippenvel aan toe allemaal. Het ter communie gaan met de daaraan voorafgaande rituelen is ook een herkenbaar universeel gebeuren. Binnenin de kathedraal. De daaropvolgende gebedstijd bid ik voor een wonder tussen "M" en mij. Aan het eind van de mis laat men het bekende grote wierookvat (botafumeiro van ongeveer een meter hoog) vanaf het plafond zakken. De wierrook wordt ontstoken en het vat in beweging gezet. Acht man sterk sjorrend aan één en hetzelfde touw, wordt het dwars voor het altaar langs tot steeds grotere hoogte de zijbeuken in geslingerd. Het touw komt daarbij zowat horizontaal … een spectaculair gezicht. Nadat het vat tot stilstand is gebracht preekt de priester nog een paar woorden en is de mis afgelopen. Ik heb wel natte ogen gehad maar een echte emotionele crash is vandaag vooralsnog uitgebleven. Eenmaal buiten help ik een Duitse fietser. Die wilde aanvankelijk naar het vliegveld op en neer fietsen om zijn terugvlucht te boeken. Ik heb hem de weg gewezen naar het Iberia kantoor een paar honderd meter verderop, alwaar ik ook mijn terugvlucht heb geregeld. Dat scheelt hem weer de nodige kilometers. Na deze ‘goede daad’ is het tijd om te eten waar ik uitgebreid de tijd voor neem. Na het eten fiets ik alvast richting vliegveld in de hoop dat ik een geschikte overnachtingplaats tegenkom. Het wordt een camping met zwembad waar ik - toen mijn tent eenmaal stond - ook maar even in ben gaan rond dobberen. Alles voor de zoveelste keer overdenkend kom ik wederom tot de conclusie dat ik niks aan antwoorden en/of oplossingen heb gevonden. Ik ben nog steeds een instabiel wrak. Het gevoel dat ik er goed aan heb gedaan deze reis op mijn manier gemaakt te hebben, overheerst echter nog steeds. In mijn uppie en met alle symboliek die ik erin heb willen zien. Zoveel mogelijk in kerken stempelen, de steen meeslepen naar Cruz del Ferro, mijn uiteindelijke aankomst in Santiago, door naar Cabo Finisterre, daar wat kleding verbranden en uiteindelijk de pelgrimsmis met het vliegende wierookvat. Het is allemaal een soort van dwangneurose geweest die ik mijzelf heb opgelegd met een duidelijk afgebakend begin en eind. Ik had - al was het tijdelijk - weer een reden om voor op te staan. Ik stel mij op dit moment zo voor dat deze hele onderneming nog het makkelijkste is geweest om te doen. Als ik straks eenmaal thuis de draad weer ergens - op weet ik veel wat voor manier - moet zien op te pakken, zal het echte moeilijke gedeelte van het herstelproces wel komen. Vandaag veel kilometers met de bus en 14 op de fiets ronddolend door Santiago.

Zaterdag 12 juli 2003 (28e dag)

'Loslaten' één van de moeilijkere dingen in het leven. Voor het eerst sinds ik op weg ben lukt het mij uit te slapen. Om 10:30 uur sta ik op. Dat is ook de bedoeling want ik heb vandaag verder toch niks meer te doen. Ik heb wel bedacht nogmaals naar de pelgrimsmis te gaan. Net als gisteren begonnen ze met de non die zo mooi kon zingen. Ook nu zong zij weer regelmatig gedurende de mis. Het orgel blijft echter stil. Jammer … dat was gisteren ook een indrukwekkend onderdeel van het geheel. Ook het zwaaien met het wierookvat blijft uit. Helaas … ik ben echter blij dat ik dit gisteren wél allemaal heb mogen beleven. Ook vandaag na het ter communie gaan vouw ik de handen weer samen voor gebed. Ik bid nogmaals voor een wonder tussen "M" en mij en voorspoed voor iedereen die mij dierbaar is. Ik houd het niet helemaal droog en moet toch ook nu weer een traan laten. Na de mis probeer ik de lunch zolang mogelijk te rekken om zo de tijd te doden. Na de lunch blijkt het museum waarvan ik nog twee onderdelen tegoed heb, nog steeds gesloten. Dan maar weer een uur op een terras hangen en wachten tot het tijd is dat het zijn deuren weer opent. Eenmaal terug op de camping neem ik een douche en rommel alvast wat met mijn bagage ter voorbereiding van mijn terugvlucht van morgen. Tot mijn grote ontsteltenis kom ik ‘De Steen’ van Ballast tegen in een rolletje touw. Ik blijf als aan de grond genageld staan. "Dat is waar ook! " Daar had ik hem verdomme zelf ingepropt tegen het verliezen. "Stomme sukkel die ik ben! Wat nu … ?" Ik twijfel of ik hem dan maar domweg tussen het struikgewas de berg af zal gooien of … "De Kathedraal" flitst het door mijn gedachten. Zomaar achteloos weggooien nadat ik hem 2880 kilometer heb meegedragen, dat kan ik niet. Het is bijna 20:00 uur en ik weet niet of de kathedraal nog open is. Morgenochtend zal ik vóór openingstijd van de kathedraal weg moeten om mij tijdig bij de incheckbalie op het vliegveld te kunnen melden. Ik hak de knoop door en race op hoop van zegen op mijn fiets, als een ongeleid projectiel tussen het overige verkeer door, richting kathedraal. Ik heb met mijn zieke geest bedacht dat ik hem daar in één van de gaten aan de voet van de pilaar die de ‘Pórtico de la Gloria’ ondersteunt wil achterlaten. Eenmaal bij de kathedraal blijkt de hoofdingang gesloten. Ik meen uit een gesprek dat naast mij in het Spaans wordt gevoerd op te maken dat er ergens aan de zijkant nog een ingang open moet zijn en inderdaad. Uiteindelijk laat ik om 20:25 uur de steen achter in het linkergat aan de voet van de pilaar waar pelgrims al eeuwenlang hun hand op leggen. Aanvankelijk voel ik mij opgelucht. Toch heb ik dezelfde avond al twijfels of ik hier nu wel goed aan heb gedaan. Mensen die nu hun hand in dat gat steken en iets voelen schrikken zich natuurlijk helemaal rot. Ik hoop dat de Heer het mij zal vergeven.

Zondag 13 juli 2003 (29e dag)

Vandaag vlieg ik terug naar Nederland. 8:00 Uur begin ik zo’n beetje met het inpakken van mijn spullen. Er valt een hele fijne miezerige regen. Op de camping spreek ik nog een gepensioneerde landgenoot die vandaag op weg gaat naar Cabo Finisterre. Hij blijkt zowaar nog het plan te hebben om ook weer naar Nederland terug te willen fietsen. Ik moet onwillekeurig denken aan die kerel die ik in Tours ben tegengekomen. Die was met de fiets reeds op de terugweg en wist mij te vertellen dat deze hem bij tijd en wijle zwaar viel. Het doel was immers al bereikt waardoor zijn motivatie soms te wensen overliet. 9:00 Uur rijd ik de camping af voor mijn laatste kilometers over Spaans grondgebied. Om bij het vliegveld te komen volg ik gewoon de borden en rijd over de vluchtstrook van een autosnelweg, iets dat in Spanje totaal geen probleem is. Echt fijn is dit allemaal niet maar ik wil gewoon naar huis. Een uur later heb ik mijn bagage en mijn fiets vervoersklaar versleuteld afgeleverd bij de incheckbalie. Nu begint het lange wachten. Om 13:00 uur kan ik pas boarden voor mijn binnenlandse vlucht naar Madrid. Sukkel die ik ben, ik heb mijn leatherman en zakmes nog in mijn stuurtas zitten die ik als handbagage bij mij heb. Bij de scan word ik eruit gehaald en mag ik aan de beveiligingsmensen laten zien wat de scanner allang gezien heeft. Ik word voor de keus gesteld, ter plaatse achterlaten of alsnog inchecken zodat het in het bagageruim meegaat. Ik kies voor het laatste. Aangekomen in Madrid moet ik nog een uurtje wachten voor de overstap naar Amsterdam. Eenmaal geland op Schiphol komt mijn bescheiden formaat stuurtas niet vóór tussen de grote koffers en tassen op de bagageband. Dat is balen zeg … maar gelukkig was ik zo helder van geest alle emotionele en onvervangbare voorwerpen eruit te halen zoals fotorolletjes, compostelaat, credencial (stempelkaart) en mijn handgeschreven dagboek. Bij de bagageband krijg ik het weer te kwaad. Deze tik zag ik niet aankomen en overvalt me. De laatste keer dat ik hier stond was in betere tijden net terug uit Oezbekistan met "M" aan mijn zijde. Ze blijft maar door mijn hoofd spoken. Eenmaal door de deuren van de aankomsthal blijkt er een heus ontvangst comité te staan gevormd door mijn vader, zus met zwager, Manda en Milan. Mijn moeder is vandaag jarig en we gaan dan ook naar mijn ouderlijk huis. Daar hangen zowaar slingers. Er zit de nodige visite en mijn moeder is zo scherp van geest geweest ook een aantal personen uit mijn agenda te bellen die mij na aan het hart liggen. Al met al een goede thuiskomst.


to Top